Archive for the ‘Dagboek’ Category
Het is rond 16.30 uur als ik op het station zit te wachten. Ik ben net uit de ene trein gestapt en moet een half uur wachten op de andere. De aansluiting is niet ideaal… Ik ga op een bankje zitten en trek mijn iPad uit de tas. Waar heb je anders zo’n leuk speeltje voor… ;-)
“Mevrouw, zo ik u heel misschien even eeehhh, mag ik u heel beleefd iets eehhh, zou ik u iets mogen vragen?” Ik kijk op en zie een jonge man stuntelig naar mij toe komen lopen. Door zijn houding wordt het me onmiddellijk duidelijk dat deze man geld komt vragen. Hij is vermoedelijk dakloos. De vrouw die naast mij zit op het bankje, ziet hem ook. Ze kijkt geërgerd, pakt snel haar tassen, staat op en loopt weg. Ik kijk naar de iPad op mijn schoot… Heel even schiet nog door mijn hoofd ‘tsja, ik geef mijn geld liever aan dit soort luxe speeltjes uit,’ maar ik realiseer me dat zoiets wel erg onmenselijk zou klinken. Bovendien, is het wel waar?
Ik kijk hem aan en zeg dat hij mij natuurlijk wat mag vragen. En wat ik verwachtte gebeurd. Hij vraagt geld omdat hij dakloos is. Ik stop mijn iPad in mijn tas en vraag de jonge man wat hij dan precies met dat geld wil gaan doen. “Dat is voor het slaaphuis mevrouw,” zegt hij. En ik vraag hem naar welk slaaphuis hij dan wil gaan. Hij kijkt me verbijsterd aan, alsof hij niet gewend is dat mensen hem vragen stellen. Hij gaat naast mij zitten en legt uit naar welk slaaphuis hij zal gaan en hij vertelt ook hoe duur dat is. Daarna vertelt hij dat hij door omstandigheden kort geleden dakloos is geworden. Hij vertelt wat hij heeft geprobeerd te doen om dit te voorkomen en vertelt daarna dat alles helaas mislukt is. Hij zegt nu hulp te hebben en bezig te zijn een verblijf te regelen bij een afdeling van de VNN. Nu weet ik toevallig dat de VNN een afkorting is voor Verslavingszorg Noord Nederland, dus ik vertel hem dat ik weet dat contact met de VNN vermoedelijk betekent dat hij verslavingsproblemen heeft en ik vraag hem of ik dan wel kan geloven dat eventueel geld dat ik hem zal geven, werkelijk bestemd is voor het slaaphuis en niet voor drugs of drank… Het gezicht van de jonge man licht op. Het doet hem zichtbaar goed dat iemand doorvraagt en interesse toont. Hij wordt een beetje rood en verlegen en zegt dat hij moet bekennen dat hij wel een biertje had gedronken vandaag. Eentje maar. En dat is vreselijk weinig voor zijn doen en hij heeft ook heel veel zin om meer te nemen, maar hij weet – hoe moeilijk het ook is – dat het beter is om niet te drinken en dat het regelen van een slaapplaats belangrijker is. Opnieuw vraag ik hem hoe duur het is en hij noemt hetzelfde bedrag. Hij laat me zien wat hij bij elkaar gebedeld heeft en hij toont een hand vol muntjes, allemaal kleingeld, 10 cent, 20 cent en 1x een euromunt…
En zo komt het dat ik ruim tien minuten met deze wildvreemde jonge man over zijn leven, zijn verslaving en zijn plannen praat, waarbij ik ook concreet vraag naar de stappen die hij onderneemt en de namen van instanties waar hij aanklopt. En dankzij mijn werk weet ik dat het verhaal van hem heel goed zou kunnen kloppen. Aan het eind van het gesprek geef ik hem 1,70 euro, het bedrag dat hij nog te kort komt voor een overnachting in het slaaphuis. De jonge man is blij en bedankt me misschien wel tien keer. En heel opvallend: slechts 1x bedankt hij me voor het geld; alleen op het moment dat ik het hem geef. De andere keren bedankt hij me voor het gesprek, voor mijn tijd en voor de interesse die ik in hem en in zijn leven had getoond…
“Een vos verliest zijn haren, maar niet zijn streken,” zei mijn wijze oma ooit. Oma gebruikte vaak spreekwoorden. Ik vond dat fantastisch als klein meisje. Ik had zelfs een schriftje waar ik alle spreekwoorden die ik kende in opschreef. Maar zoals met zoveel herinneringen, verdween ook deze naar de achtergrond. Het spreekwoordenschriftje is al lang niet meer en helaas heeft ook mijn wijze oma het tijdelijke met het eeuwige verwisseld… Maar vandaag kwam zij weer in mijn herinnering, en met haar de wijze spreekwoorden die ze regelmatig gebruikte.
“Een vos verliest zijn haren, maar niet zijn streken”… Ik denk dat ik het spreekwoord opeens begrijp. Echt begrijp… Want ik denk dat ik een vos heb ontmoet. De vos is degene die tijdens mijn blog’s vorige leven vaak werd aangeduid met ‘de prins’… Hij en ik kunnen elkaar ondanks alles nog steeds niet heel goed loslaten. Soms zijn er nog stiekeme afspraakjes… Niet heel vaak, maar ze zijn er… En ik kan me niet heel goed voorstellen hoe mijn leven er zonder uit zou zien….
Vanavond sprak ik hem op de chat… Nou ja, ‘sprak’… In het dikke uur dat we verbinding hadden, heeft hij niet veel meer dan een regel of tien getypt. Hij was namelijk nog met twee anderen in gesprek…. Later nog maar met één ander. Een blonde dame… Ja, leuk en spannend was het wel…
In een enigszins opstandige bui chatte ik terug dat ik hier geen zin in had; een beetje in de parkeerstand staan terwijl hij spannende chatsessies heeft met andere dames… En ik ging de afwas doen…. Toen ik daarna weer op mijn schermpje keek, had ie nog niet gereageerd.. Dus ik maakte ook nog de keuken schoon… Nog steeds geen reactie… En na het opruimen van de slaapkamer en de badkamer, was er een half uur voorbij. Er verscheen een berichtje op het scherm om mij te vertellen dat de anderen weg waren. Ik was de enige. En verder zei hij niets. Pas toen ik hem vroeg eens te vertellen over zijn spannende chat, zei hij dat hij heus niets met andere vrouwen deed. Hij kon het ook wel gewoon zakelijk houden, zei hij. En mijn jaloezie was ‘best grappig’. Maar helaas moest hij weg, afspraak met een vriend. En woosh, zonder nog fatsoenlijk gedag te zeggen was hij weg…
And I just don’t get it… Dit is dezelfde man die tegen mij zegt dat het zo fijn zou zijn als ik dichterbij zou wonen, zodat het makkelijker zou zijn elkaar te zien… Dezelfde man die hier vorige week nog knus naast me op de bank zat, mij naar zich toe trok en met zijn hand door mijn haren streek… De man met wie ik al 16 maanden een soort affaire heb…
En toen dacht ik opeens aan dat spreekwoord van mijn wijze oma, over die vos…
Ik heb een iPad…
ik moet nog een beetje aan het idee wennen, want eigenlijk vind ik het vreselijk decadent… Ik heb wel een laptop (MacBook) en ook een iPhone… Dus ja, dit is pure luxe. Niet echt nodig…
En het niet-nodig-hebben van iets, is voor mij altijd een goede reden geweest om dingen niet te kopen…. Daarom heb ik bijvoorbeeld ook geen “gewone” computer.
Maar mijn lief haalde mij over. Je mag toch ook wel eens iets gewoon leuks, zei hij… En dat vond ik eigenlijk ook wel… Dus daar zit ik dan nu op de bank decadent te wezen…
How can I make up for this… Suggesties zijn welkom. :)
En dan gebeurt het… op een ochtend word je wakker en je realiseert je: “Ik ben niet gelukkig.” Je bent 30, hebt een goede baan met perspectief, een (boven?) modaal inkomen, een koopwoning, een auto, lieve vrienden en vriendinnen, twee spinnende poezen, een man die dol op je is… en toch ben je niet gelukkig.
Dat overkwam mij, en terwijl ik op mijn rug in bed lag te luisteren naar buren die op vakantie gingen, probeerde ik te bedenken hoe het zo heeft kunnen komen.
Die goede baan met perspectief? Ach, dat is voor mij alleen maar een manier om geld te verdienen tot ik heb bedacht wat ik echt leuk vind. Maar wat ik echt leuk vind, weet ik niet. Nu niet, en vorig jaar ook niet en daarvoor ook niet. Mijn inkomen is goed, maar voor zover dat al bovenmodaal is, zijn mijn woonlasten dat zeker, dus ik houd niks over. En die woonlasten betaal ik voor een akelig huis in een buurt waarin ik niet wil wonen, maar waar ik terecht ben gekomen door een ex. Ik betaal me blauw aan aflossing voor een studieschuld, die is ontstaan omdat ik twee studies heb gedaan… Studies die ik deed als tijdverdrijf, tot ik zou bedenken wat ik echt leuk vond… En heel eerlijk gezegd… ook de vriendjes die ik had, had ik totdat ik echt eentje zou vinden die de moeite waard was. Geen wonder dat ik zoveel kikkers heb gekust…
Mijn leven lijkt me te overkomen. Het gebeurt terwijl ik toekijk en het lijkt alsof ik er zelf geen enkele invloed op uitoefen.
Misschien is dat wel waarom ik zo werd getroffen door dat ene zinnetje uit “Heal the World” van Michael Jackson: Stop existing and start living…
En terwijl ik de makelaar belde om nog eens te praten over mijn huis dat maar niet wil verkopen, belde ik een tweede makelaar voor een second opinion. Daarna haalde ik mijn html-notities uit een stoffige doos en schreef ik een html-code voor het contactformulier op mijn site. (En ja! Het werkt! Ik moet alleen nog uitvinden hoe het formulier weer gewist kan worden nadat iemand op ‘verzenden’ heeft geklikt; maar de mail komt in elk geval aan).
Ik stop met bestaan en begin met leven…
En terwijl ik dit type vraag ik me af of ik werkelijk 30 jaar lang een toeschouwer van mijn eigen leven ben geweest, of of ik nu misschien gewoon last heb van het verschijnsel ‘dertigersdilemma’ of ‘quaterlifecrisis’ of hoe ze dat allemaal ook maar zo mooi noemen…
Een aantal maanden geleden vond ik mezelf best slim…. Ik knutselde een blog op wordpress! Hey, ik had zelfs zelf de installatie gedaan en alles werkte!
Ja… en toen ging er iets vreselijk mis…. ergens halverwege april…. Ik zat als volleerd prutser te prutsen met de instellingen…. en toen was er opeens een map weg en deed de site het niet meer. Daarna heb ik zo’n 5 keer geprobeerd de boel weer aan de praat te krijgen zonder te wissen wat er nog wel was. Hopeloos…. jammerlijk mislukt….
Drie weken geleden wiste ik alles en probeerde ik het opnieuw. Weer kreeg ik de boel niet aan de praat. Maar… (nooit gedacht dat ik dit zou gaan zeggen:) “Lang leve voetbal!” Ik vind het verschrikkelijk, erger me dood aan de oranje Neanderthalers op straat die tot na middernacht dronken brullen en toeteren na een overwinning…. en elke keer hoop ik dat de wedstrijd die komt de laatste zal zijn. Daarom, precies daarom, stond mijn tv vanavond ook aan. En wat is er nou fijner dan knutselen met WordPress als die tv op de achtergrond tettert…. EN NU IS HET GELUKT!!!!
Mijn humeur kan niet meer stuk; mijn site is weer online en ik kan de boel weer opbouwen…. En de volgende Oranje-wedstrijd is echt ECHT de laatste! YEAH!!!
Gisteren heb ik een nieuw boek gekocht…. “De Foute Prins” van Victoria Clayton. De Engelse titel is eigenlijk leuker: “A Girl’s Guide to Kissing Frogs.” Op de achterkant van het boek wordt uitgelegd waarom. Een vrouw moet meestal een heleboel kikkers kussen voordat ze achterop het witte paard van haar prins kan springen, staat er.
Met het boek in handen, dwaalden mijn gedachten af, naar al die kikkers die ik heb gekust….
Aangezien ik lang in de meisjes-redenering “alle jongens zijn stom” ben blijven hangen, kuste ik pas de eerste mannetjes-kikker toen ik 19 was. Hij was 56, precies drie keer zo oud… en mijn leraar. Veel meer dan die ene kus is het nooit geworden; hij bracht me wel eens bloemen of lekkere broodjes van de bakker, maar daar bleef het bij. En toen ontmoette ik zijn zoon… Ik, inmiddels 20, kuste toen mijn tweede kikker. Hij was 29, getrouwd en vader van een zoontje van 2. Na een affaire van een jaar bleek ook hij het niet te zijn. Verdrietig als ik was, ging ik veel op stap met vrienden en vriendinnen. Kikker 3 (van 32) bleef bij mij slapen en ’s nachts werd ik wakker omdat hij bovenop me was gaan liggen. Geen leuke ervaring. Toch mocht kikker 3 zo’n jaar blijven (noem het ‘domheid’ en ‘naïviteit’; ik vond hem niet leuk, maar vond dat ik ‘verplicht’ was te proberen er iets van te maken).
Na de drie oudere kikkers, besloot ik eens een kikker van mijn eigen leeftijd te proberen. Kikkers 4 (één jaar ouder dan ik), 5 (één jaar jonger dan ik) en 6 (drie jaar ouder dan ik) volgden, maar ook hier zat de goede kikker niet bij.
Kikker 4 bleek onbetrouwbaar. Toch was ik stom genoeg om te denken dat ik hem kon veranderen. Kikker 4 zou later nog vaak terug komen. Kikker 5 was leuk, aardig, intelligent, maar had een moeder die alle vooroordelen over schoonmoeders bevestigt en kikker 5 zelf wilde eigenlijk liever niet volwassen worden. Kikker 6 was heel anders. Die wilde direct trouwen en kinderen, maar al na een paar weken (!) kreeg ik het idee dat het hem meer om het ‘voldoen aan het plaatje’ was te doen dan om mij….
Kikker 4 kwam terug, belazerde mij opnieuw en sprong weer weg…. Toen kwam kikker 7. Voor de verandering bijna negen jaar jonger…. Ik was 27 en hij was 18. We hebben een fantastische tijd gehad, maar het had (natuurlijk) net zo min toekomst als al die kikkers die aan hem vooraf waren gegaan.
Kikker 4 kwam weer terug. We kochten een huis…. en toen bleek hij er weer een relatie naast te hebben. Ditmaal was ik er klaar mee. Ik dreigde zijn weke kikkerlijf plat te rijden met mijn auto als hij nog éénmaal in mijn buurt zou komen.
Daarna ontmoette ik kikker 8. Dit leek een andere kikker, een bijzondere. Zo’n kikker met een kroontje, die misschien wel een prins wordt als je hem kust. Maar hoe vaker ik hem kuste, hoe meer hij slechts een kikker bleek te zijn…. Weer veel ouder dan ik (hij 56 ik 29), met een vrouw…. en hij wilde niet kiezen. Soms zei hij dat hij koos, maar hij kwam steeds terug, om me daarna weer te kwetsen en dan weer terug te komen. We zijn nu net voorbij de 5e ‘breuk’.
Ondertussen zag ik al vrij vroeg dat kikker 8 toch wel een … lastige kikker was. Daarom mocht ik best kikker 9 leren kennen vond ik zelf. Deze kikker is 5 jaar ouder en is gescheiden. Hij heeft een peuter-kind thuis en is heel serieus. Ook deze kikker sprak en spreekt over trouwen. Maar deze kikker heeft het nooit van kikker 8 kunnen winnen….
Dus…. daar zit ik, bijna 30, 9 kikkers en 8 vriendjes verder…. en ik kom geen stap vooruit.
Het is tijd mijn leven weer wat op orde te krijgen, bedenk ik als ik opsta en hoofdschuddend in gedachten de afgelopen weken langsloop. Mijn tv is dood gegaan en miraculeus weer opgestaan, vriendje en F waren beiden weg en zijn allebei weer terug en ik ben blond geworden om een week later mijn kapper te smeken mij toch weer bruin te maken… Kortom: not so good.
Vandaag heb ik een vrije dag. Ik besluit orde op zaken te stellen; betaal mijn rekeningen, ruim mijn huis op en begin met het opschrijven van mijn web-winkel plannen – waar ik al zo’n vijf jaar mee rond loop maar nog nooit iets mee heb gedaan. En dan gaat het meteen al mis; ik raak verzand in lappen tekst over waar je allemaal aan moet denken. De naam mag nog niet bestaan en mag ook niet lijken op iets bestaands. Maar, er zijn wel uitzonderingen, althans, volgens mij is Dove chocola echt iets anders dan Dove shampoo… En zijn ze niet ook nog allebei ‘rijk en romig’? Het is mij een raadsel waar de grens ligt. Zeker als ik lees dat Timmy Holedigger hondenshampoo niet mag omdat het teveel lijkt op Tommy Hilfigers modeconcern. En dan zijn er ook nog dingen als KvK-nummers, BTW-constructies en een soort branche-organisaties waar je soms verplicht lid van moet worden…
Het duizelt me en ik besluit weer eens te gaan hardlopen. De laatste keer dat ik dat deed was ergens in augustus. De laatste keer daarvoor in mei. Ik sprint de trap op en schiet in mijn hardloopkleren. Schoenen aan, muziekje op en overmoedig sprint ik de deur uit. Zeer overmoedig… Al na weinig meer dan een halve kilometer kom ik er achter dat ik veel de hard van start ben gegaan. Ademen doet pijn, hardlopen lijkt onmogelijk en ik heb zin direct terug te gaan. Ik loop een stukje gewoon en ga daarna in een lager hardlooptempo verder. Even lijkt het te lukken, maar na nog geen anderhalve kilometer kan ik echt niet meer en loop ik met de pest in terug naar huis. Een groep bejaarden zou het beter doen, zo stel ik me voor. Ik zie het voor me. Ze vragen elkaar vooraf nog even of de kunstgebitten stevig vast zitten met kukident zodat ze er niet uitvallen en schuiven hun tena’s recht. Ze rennen weg en ik strompel er buiten adem achteraan om vervolgens hun hangbillen in de schemering te zien verdwijnen…
Toen ik een klein meisje was en nog thuis woonde, woonde ik in een schoon huis met een nette goed onderhouden tuin. Toen vond ik dat normaal, maar nu ik al jaren op mezelf woon en werk, krijg ik steeds meer bewondering voor mijn ouders. Want, toegegeven, bij mij staan de gebruikte pannen na het koken nog wel eens twee dagen op de kookplaat. En ik vergeet mijn gras ook wel eens twee weken lang te maaien. Onkruid in mijn tuin? Ongetwijfeld, maar behalve gras en distels weet ik niet goed wat ik eruit moet trekken en wat moet blijven staan… Ik hou het bij, zo goed ik kan, maar het huis en de tuin van mijn ouders waren en zijn netter, schoner en opgeruimder. Dat kan ik niet ontkennen.
Als mijn ouders bezoek kregen, moest het huis nog veel schoner en netter. Als een soort wervelwind vloog mijn moeder door het huis. Ze schoot ’s ochtends in oude kleren, stofzuigde, dweilde, lapte de ramen, sopte het toilet en de badkamer, verschoonde de bedden, echt ALLES moest schoon… En laat ik dit vreemde gen nou net een beetje geërfd hebben. Niet in mijn moeders extreme mate, maar in een afgezwakte vorm. Als goede vrienden komen dan stofzuig ik nog even van tevoren en meestal ruim ik alle vaat ook nog op. MAAR… als F komt, moet mijn huis blinken. Alles moet perfect zijn. Mijn lieve mama zou trots op mij zijn.
Vanmiddag komt F, dus vanochtend sta ik net als mams destijds op met een ‘out-of-bed-look’ waar de Andrelon reclamemakers trots op zouden zijn en schiet ik in mijn oude kloffie. Ik eet snel een boterham en sla een kop koffie achterover en ik ga naar buiten om het gras te maaien. Zonder lenzen in. Dat leek slim, want in het schuurtje waar de grasmaaier staat, zitten hele grote spinnen en die kun je maar beter niet zien. Het bleek een cruciale fout, eentje waar ik vermoedelijk weken van zal moeten herstellen…
Met een ronkende grasmaaier rijd ik mijn tuintje in. Ik zie een vreselijk ongelijk gazonnetje, want vreemd genoeg groeit gras op sommige plaatsen sneller dan op andere plaatsen. Ook liggen er veel dorre blaadjes en andere dingetjes die van bomen en struiken zijn gewaaid. Maar dat geeft niet, want die kun je gewoon mee maaien. Dus in – toen nog – uiterst opgewekte stemming begin ik met maaien. Als ik zo’n kwart van de tuin heb gedaan, hoor ik een heel vreemd ‘flatsch’ en zie ik stukjes onder mijn grasmaaier vandaan schieten. Ik buk en zie tot mijn grote afschuw iets roods met grijs haar… IK HEB OVER EEN MUIS HEEN GEMAAID realiseer ik me, terwijl ik een kokhals-reflex onderdruk…. Zo’n twee weken geleden hadden mijn katten mij verblijd met een dode muis. Vorige week vond ik een half vergaan dood exemplaar in mijn tuin. Die zijn allebei netjes begraven. Maar kennelijk hebben mijn moordzuchtige roofdieren ook eentje in het gras laten liggen. En daar heb ik net overheen gemaaid. YAK! Griezelend gooi ik de opvangbak van het gras leeg in de groene container. Ik durf niet te kijken naar de stukjes muis die er mee uitvallen. Brrrrr…
Enigszins van slag maai ik verder. Opeens dringt een poepgeur mijn neus binnen en ik zie dat ik over een hondendrol heen heb gemaaid (en ik heb niet eens honden…). Een vreemde hond heeft op een onbewaakt ogenblik ergens in de ochtend een verse drol in mijn tuin gepoept. Het geval ligt uit uitgesmeerd in het pasgemaaide gras. En net als ik denk dat het niet erger kan, zie ik dat ik het verlengsnoer van de grasmaaier door de uitgesmeerde drol trek.
Ik ruim de boel op en ga naar binnen en bedenk dat perfectie niet zit in de gelijke hoogte van pas gemaaide grassprietjes, maar in het samen-zijn zelf.
Ik ben genezen.
Vandaag ben ik vrij, dus ik besluit om heerlijk uit te slapen. Mijn plan wordt enigszins ruw verstoord als ik rond 8 uur wakker word van helse buikkrampen, helaas onlosmakelijk verbonden met het lot van vrouw-zijn. Chagerijnig blijf ik liggen tot een uur of negen, om vervolgens uit bed te stappen met buikpijn en zin in een ontbijt met een kop koffie. Nog wat duf, zonder lenzen of bril en – toegegeven – ook nog steeds enigszins geïrriteerd, loop ik de trap af naar beneden, bijna struikelend over mijn poezen die enthousiast voor me uitrennen. Eindelijk komt dat luie baasje haar bed uit en krijgen wij eten, hoor ik ze denken.
Ik loop de woonkamer binnen en zie een ‘hoopje’ voor mijn salontafel liggen. Fantastisch, hebben de katten ook nog in huis gekotst, denk ik. Al is ’t wel een grote hoop kots… Als ik dichterbij kom, zie ik dat de hoop ‘kots’ een grijs vachtje, vier pootjes, een klein staartje en een kopje heeft. Een muis. Onbeholpen en verslagen op z’n rug liggend, morsdood in mijn woonkamer. Toen ik vannacht zo heerlijk lag te slapen is in mijn huis een moord gepleegd. Het kleine lijkje op de vloer en enkele bloedspatten bieden geen ruimte voor een andere conclusie. De daders lopen ondertussen luid spinnend om me heen, af en toe geven ze mijn benen een kopje.
Misselijk, met buikpijn en met een opkomende hoofdpijn vraag ik me vertwijfeld af wat ik nu eerst zal doen. Die muis moet weg, maar… durf ik dat? Wat nou als ’ie tegen alle rede en logica in stiekem niet dood is en gaat piepen, en dan wel zo zwaar gewond is dat er geen redden meer aan is? Of wat als ik ’m oppak en ergens in die muis zit zo’n groot gat dat alle orgaantjes op mijn vloer vallen… Brrr… En stel, ik heb die muis gepakt, wat dan? In de groene container? Die wordt pas over een week geleegd, zit behoorlijk vol en het blijft de komende week boven de 20 graden (dinsdag wordt ’t zelfs 28 graden). Dan kan ik straks een container vol maden naar de weg rijden. Mijn maag draait zich om. In de keuken zoek ik een grote ondoorzichtige schaal die ik over de muis heen zet. Ik besluit eerst te gaan douchen.
Na een douche, paracetamol en ibuprofen besluit ik een poging te wagen. Aangekleed en wel graaf ik met een schep een gat in de harde kleigrond (lees: schep op de grond zetten, er vijf keer op springen en dan een beetje klei opzij scheppen, en dan dit proces ca 10x herhalen). Uiteindelijk heb ik een gat van zo’n 20 centimeter diep; that will do. In de woonkamer til ik de schaal van de muis af. Een vies luchtje dringt mijn neusgaten binnen, of beeld ik me dit in? Eén van de katten drentelt enthousiast om me heen, geïnteresseerd toekijkend hoe ik een kartonnetje onder het muizenlijkje schuif. Gelukkig blijft alles wat in de muis hoort in de muis zitten. Voorzichtig bekijk ik ’m. Onder zijn bekje zit een gat en zijn achterpootje lijkt er bijna afgebeten te zijn. Ik loop met hem (of haar?) op het kartonnetje naar buiten. Met de woorden sorry muis laat ik ’m in het pas gegraven graf glijden en gooi ik het gat dicht.
Met plastic handschoenen, een emmer water met een flinke scheut chloor, een doek en een dweil ga ik daarna mijn vloer te lijf. Bloedspatten in de gang, in de kamer en in de keuken worden zorgvuldig weggeboend. Als ik klaar ben heeft zich een doordringende zwembadgeur meester gemaakt van mijn huis…
Ik heb nooit veel geluk gehad met laptops. De eerste kocht ik geloof ik in 2001 en het arme ding kon na zo’n 2,5 jaar intensief gebruik opeens helemaal niets meer. Ik was net met mijn afstudeerscriptie bezig voor mijn eerste studie en opeens, ’s avonds, was mijn laptop helemaal in de war. Ik ben er tot diep in de nacht mee bezig geweest. Mijn ouders, die zo’n 20 kilometer verderop woonden, zijn mij zelfs ’s nachts komen helpen, maar er was niets meer aan te doen. Deel van de scriptie weg en ik moest mijn onderzoek (waarbij ik uitgerekend een laptop nodig had) deels doen met een laptop die ik van mijn begeleider kon lenen…. DRAMA!
In die periode kocht ik mijn tweede laptop, een Acer. Op zich was ‘ie prima, maar echt blij ben ik er nooit mee geweest. Ik vond hem namelijk niet zo mooi. De enige reden om voor die laptop te kiezen, was destijds de lage prijs. Toen deze laptop na anderhalf jaar (jaja, weer net buiten de garantie) scheuren ging vertonen in de deksel, was ik dus ook niet erg verdrietig. Bij mijn verhuizing vorig jaar, is iemand op de laptop gaan staan. Dat hielp ook niet, de barsten werden groter. Kortom: tijd voor een nieuwe. Maar, tijdens een verhuizing… dure periode. Dus wederom koos ik voor een goedkope optie; een packard bell easy note.
Mijn packard bell is nu een jaar oud en op zich is het een prima laptop, maar het arme ding draait op Windows Vista. En alle updates en service pack’s ten spijt; hij herstelt per dag ongeveer vijf keer van een onverwachte afsluiting. Niet handig en zeer irritant. F merkte vorige week nog op dat het oude ding z’n beste tijd waarschijnlijk had gehad. Niks geen oud ding, maar ik moest bekennen dat het mij ook niet zinde. En zo waren er wel meer dingen aan die laptop waar ik stiekem toch ook niet zo blij van werd. Hij werd bijvoorbeeld erg snel warm, stond vaak hard te blazen en hij maakte enorm veel kabaal als er een cdtje in rond draaide.
Wanneer het precies gebeurde weet ik niet. Hoe het gebeurde weet ik evenmin, maar ik was er opeens heel erg klaar mee. En als ik ergens klaar mee ben, is het ook direct en resoluut. Ik heb in een paar verschillende winkels verlekkerd staan kijken naar mooie apple notebooks. DIE wilde ik! En eigenlijk wilde ik de MacBook Air. Gewoon omdat die zo ontzettend cool is. Gelukkig heb ik me goed genoeg laten voorlichten om die uiteindelijk fijn in de winkel te laten staan, want: geen cd/dvd-station, geen kabelaansluiting voor je internet (wel WiFi, maar toch) en maar één zielig USB-poortje. En dan heb ik het nog niet eens over de schandalig hoge prijs…
Met een gewone, maar ook super geweldige mooie strakke nieuwe (etc) MacBook toog ik uiteindelijk naar de kassa. Mijn creditcard protesteerde hevig en toen dat niet hielp deden mijn hersenen een duit in het zakje; spontaan vergat ik mijn pincode. Gelukkig voor mij en helaas voor mijn bankrekening was dat van korte duur. Dag groot deel van mijn spaargeld, meer dan mijn halve maandsalaris… welkom geweldige MacBook!
En bovendien, is het toch juist in tijden van economische crises niet van groot belang de economie te blijven stimuleren? Eigenlijk heb ik door dit stukje te tikken op mijn nieuwe MacBook dus niets meer dan mijn burgerplicht gedaan.