Het is ochtend, het is licht. De prinses draait zich om in haar zachte warme bed. Dan schrikt ze. Op het hoofdkussen naast haar ligt een groot groen monster. Snel slaat ze het dekbed van zich af en ze springt uit bed. Wie ben jij? Waar is mijn prins? roept zij.

Ik heet Jaloezie, zegt het groene monster. En je prins? Weet je dat niet meer? Jouw prins is bij zijn prinses, in het kasteel verderop. Dat weet je toch?

De prinses wrijft slaperig in haar ogen. Zonet was hij er nog, in haar droom. Maar het groene monster dat zichzelf Jaloezie noemt, heeft gelijk, hij woont ergens anders, hij was er niet echt vannacht.

Maar, Monster, vraagt ze, ik begrijp het niet, waarom ben jij dan hier? Het monster kijkt haar aan en glimlacht.

Meisje, zegt hij, ik was er al eerder, maar toen ving je slechts een glimp van mij op. Weet je nog hoe jij je voelde toen jouw prins je een paar dagen geleden vroeg hoe hij kon chatten op zijn computer, omdat hij contact wilde met iemand van vroeger die ooit verliefd op hem was?

De prinses buigt haar hoofd en knikt. Ze weet het nog. En opnieuw wordt ze overspoelt door een gevoel dat een vreemd samenspel is van buikpijn, misselijkheid, verdriet, onrust en liefde.

Toen was het dat ik besloot dat je mij echt mocht leren kennen, zegt het monster. Vanaf nu zal ik bij je zijn, steeds als jij je eenzaam voelt omdat je prins niet bij je is.

Grote tranen rollen over de wangen van de prinses. Jaloezie, zegt zij, het is lief dat je mij niet alleen laat zijn, maar ik wil mijn prins. Ik wil dat hij bij me is als ik ga slapen en dat hij er nog steeds is als ik wakker word. Ik wil hem, niet jou.

Het groene monster kijkt haar aan en schudt zijn grote kop. Ik denk dat jij en ik goede vriendjes gaan worden, zegt hij. En hij stapt uit bed om haar te vergezellen naar het ontbijt.

Leave a Reply