Archive for August, 2009

Vandaag ben ik vrij, dus ik besluit om heerlijk uit te slapen. Mijn plan wordt enigszins ruw verstoord als ik rond 8 uur wakker word van helse buikkrampen, helaas onlosmakelijk verbonden met het lot van vrouw-zijn. Chagerijnig blijf ik liggen tot een uur of negen, om vervolgens uit bed te stappen met buikpijn en zin in een ontbijt met een kop koffie. Nog wat duf, zonder lenzen of bril en – toegegeven – ook nog steeds enigszins geïrriteerd, loop ik de trap af naar beneden, bijna struikelend over mijn poezen die enthousiast voor me uitrennen. Eindelijk komt dat luie baasje haar bed uit en krijgen wij eten, hoor ik ze denken.

Ik loop de woonkamer binnen en zie een ‘hoopje’  voor mijn salontafel liggen. Fantastisch, hebben de katten ook nog in huis gekotst, denk ik. Al is ’t wel een grote hoop kots… Als ik dichterbij kom, zie ik dat de hoop ‘kots’ een grijs vachtje, vier pootjes, een klein staartje en een kopje heeft. Een muis. Onbeholpen en verslagen op z’n rug liggend, morsdood in mijn woonkamer. Toen ik vannacht zo heerlijk lag te slapen is in mijn huis een moord gepleegd. Het kleine lijkje op de vloer en enkele bloedspatten bieden geen ruimte voor een andere conclusie. De daders lopen ondertussen luid spinnend om me heen, af en toe geven ze mijn benen een kopje.

Misselijk, met buikpijn en met een opkomende hoofdpijn vraag ik me vertwijfeld af wat ik nu eerst zal doen. Die muis moet weg, maar… durf ik dat? Wat nou als ’ie tegen alle rede en logica in stiekem niet dood is en gaat piepen, en dan wel zo zwaar gewond is dat er geen redden meer aan is? Of wat als ik ’m oppak en ergens in die muis zit zo’n groot gat dat alle orgaantjes op mijn vloer vallen… Brrr… En stel, ik heb die muis gepakt, wat dan? In de groene container? Die wordt pas over een week geleegd, zit behoorlijk vol en het blijft de komende week boven de 20 graden (dinsdag wordt ’t zelfs 28 graden). Dan kan ik straks een container vol maden naar de weg rijden. Mijn maag draait zich om. In de keuken zoek ik een grote ondoorzichtige schaal die ik over de muis heen zet. Ik besluit eerst te gaan douchen.

Na een douche, paracetamol en ibuprofen besluit ik een poging te wagen. Aangekleed en wel graaf ik met een schep een gat in de harde kleigrond (lees: schep op de grond zetten, er vijf keer op springen en dan een beetje klei opzij scheppen, en dan dit proces ca 10x herhalen). Uiteindelijk heb ik een gat van zo’n 20 centimeter diep; that will do. In de woonkamer til ik de schaal van de muis af. Een vies luchtje dringt mijn neusgaten binnen, of beeld ik me dit in? Eén van de katten drentelt enthousiast om me heen, geïnteresseerd toekijkend hoe ik een kartonnetje onder het muizenlijkje schuif. Gelukkig blijft alles wat in de muis hoort in de muis zitten. Voorzichtig bekijk ik ’m. Onder zijn bekje zit een gat en zijn achterpootje lijkt er bijna afgebeten te zijn. Ik loop met hem (of haar?) op het kartonnetje naar buiten. Met de woorden sorry muis laat ik ’m in het pas gegraven graf glijden en gooi ik het gat dicht.

Met plastic handschoenen, een emmer water met een flinke scheut chloor, een doek en een dweil ga ik daarna mijn vloer te lijf. Bloedspatten in de gang, in de kamer en in de keuken worden zorgvuldig weggeboend. Als ik klaar ben heeft zich een doordringende zwembadgeur meester gemaakt van mijn huis…