Archive for June, 2009
Na er goed over nagedacht te hebben, zowel overdag als ’s nachts woelend in mijn bed, heb ik besloten dat volwassen worden bij nader inzien niet bestaat. We gaan door, we gaan het huis uit, we gaan (soms) ver bij onze familie vandaan wonen en we krijgen veelal zelf onze eigen gezinnen. Maar de meest fundamentele onzekerheden, de meest basale angsten en alle oude wonden, groeien gewoon met ons mee. We worden groter, langer en ouder, maar we blijven grotendeels een groep kinderen, rondrennend op het schoolplein, hard proberend erbij te horen.
Misschien is het wel mogelijk om echt volwassen te worden, maar ik ken eigenlijk niemand die het echt gedaan heeft. We lezen stiekem kinderboeken, spelen met speelgoed treintjes, knutselen plastic poppetjes in elkaar en kijken tekenfilms. Zonder ouders die ons vertellen wat wel en niet mag, overtreden we de regels die we voor onszelf hebben gemaakt… We worden chagrijnig als dingen niet gaan zoals we willen en we bespreken nog steeds fluisterend geheimen in het donker met onze beste vrienden, vriendinnen of met onze partner. We zoeken veiligheid waar we het kunnen vinden. En, ondanks alle logica en tegen alle ervaringen in, geven we net als kinderen nooit de hoop op.
~inspired by Meredith Grey, Grey’s Anatomy ~
Toen ik nog een kind was, bestonden mijn grootste zorgen uit het hebben van vriendjes en vriendinnetjes op school, verjaardagscadeautjes, het leren van de tafels en breuken en het schoon krijgen van mijn handen die gekleurd waren door de smarties die ik stiekem had gepikt. Volwassen zijn is overgewaardeerd. Serieus, we moeten ons niet laten verleiden door mooie schoenen, fantastische seks en geen ouders die ons vertellen wat we wel en niet mogen. Volwassen zijn betekent verantwoordelijkheden. En verantwoordelijkheden zijn vervelend. Echt heel erg balen. Volwassenen moeten verplicht van alles doen en ze moeten geld verdienen om van te leven, huur of hypotheek betalen… Dat maakt zorgen om verjaardagscadeautjes en het schoon krijgen van gekleurde smartie-handjes fantastisch, niet waar? Het meest enge van verantwoordelijkheid? Wanneer je het verprutst en alles tussen je vingers wegglipt.
Verantwoordelijkheden zijn echt vervelend. En helaas, zelfs als je de periode van beugels en het leren van tafels en breuken voorbij bent; de verantwoordelijkheden gaan niet weg. Je kunt ze niet ontlopen. We zien ze onder ogen of we leven met de consequenties. Volwassen zijn… Ik richt me maar op de voordelen. Mooie schoenen, fantastische seks en geen ouders die ons vertellen wat we wel en niet mogen doen. Ik bedoel maar! ;-)
In het begin van de film The Wedding Planner zien we Mary Fiore als klein meisje met poppen spelen. Ze speelt het perfecte huwelijk van haar perfecte Barbie met perfecte Ken. Waren wij als kleine meisjes niet allemaal zo? We verwachtten van het leven ‘later als we groot waren’ een soort sprookje; mooie witte jurk, verschrikkelijk knappe vent die je misschien wel op een groot wit paard mee zou nemen naar een prachtig kasteel… Als klein kind had ik een onwrikbaar vertrouwen; ik was er heilig van overtuigd dat er een sprookje op me wachtte.
Maar bij het ouder worden verdwijnen het sprookje en het rotsvaste vertrouwen. We richten ons op dingen die concreet en tastbaar zijn. Toch is het moeilijk het sprookje helemaal los te laten. Iedereen wil vasthouden aan het kleine beetje hoop, het kleine beetje geloof dat misschien, heel misschien, op een dag alles waar blijkt te zijn.
Uiteindelijk zul je zien dat het sprookje uit komt. Het is soms alleen net iets anders dan je het had gedroomd. Het kasteel, nou ja, is niet helemaal een kasteel. En de knappe prins op het witte paard blijkt een lieve man in een auto of op een fiets. ‘Ze leefden nog lang en gelukkig’ is evenmin belangrijk, zo lang het maar ‘nu gelukkig’ is…
Soms, af en toe, komen er mensen in je leven die je verbazen. En heel, heel soms maken ze je sprakeloos…
~~ Inspired by Meredith Grey, Grey’s Anatomy ~~
In het eerste seizoen van Grey’s Anatomy citeert Meredith Grey Benjamin Franklin, de man die een paar honderd jaar geleden uitvond dat de bliksem een vorm van elektriciteit is. Never leave that till tomorrow which you can do today, zei hij. Meredith noemt het het geheim van zijn succes en zij verbaast zich erover dat mensen niet beter luisteren naar wat hij had te zeggen. Ik weet niet waarom we dingen uitstellen, maar als ik moet raden, heeft het te maken met angst, zegt Meredith. Angst voor mislukking, angst voor afwijzing, soms is het de angst om alleen maar een beslissing te nemen, want wat als je de verkeerde beslissing maakt? Wat als je een fout maakt die je niet ongedaan kunt maken?
We kunnen niet zeggen dat we niet gewaarschuwd zijn. We kennen de spreekwoorden, horen de filosofen, weten hoe onze grootouders ons waarschuwden voor het verspillen van tijd, we lezen stukken van dichters ons aanmoedigen de dag te plukken…. Toch moeten we het soms eerst zien voor we het geloven. We moeten onze eigen fouten maken. We moeten onze eigen lessen leren. We moeten de mogelijkheden van vandaag onder het tapijt van morgen vegen, tot we niet meer kunnen. Tot we eindelijk zelf begrijpen wat Benjamin Franklin echt bedoelde. Dat weten beter is dan je afvragen, dat wakker zijn beter is dan slapen en dat zelfs de grootste mislukking, zelfs de aller slechtste, vele malen beter is dan nooit proberen.
Vandaag moet er gestemd worden voor het Europese Parlement…. Het is dat F me er eergisteren aan herinnerde, anders had ik er waarschijnlijk niet aan gedacht. Ja, pas achteraf, kijkend naar het journaal waar ongetwijfeld wordt gesproken over de belabberd lage opkomst….
Gisteravond nog stapels post en papieren doorgeworsteld, driftig op zoek naar dat stomme kaartje. Het was niet erg dat ik die stapels door moest; ze moesten toch opgeruimd worden. F komt misschien vandaag. Misschien, want hij kan best op het laatste moment afzeggen. Dat zou niet voor het eerst zijn. Misschien ben ik deze keer ook wel een de schijterd die afbelt. Het kan allemaal.
Vanmorgen ruim ik voor ik naar mijn werk ga nog snel de laatste dingen thuis op. Nou ja, snel…. Een man zal vermoedelijk niet begrijpen wat er volgens een vrouw allemaal in huis gedaan moet worden voor zij bezoek kan ontvangen. Een kleine selectie: stofzuigen, aanrecht opruimen, kattenharen van de bank halen, alle vaat in de vaatwasser zetten, vaatwasser aan, vaatwasser uitruimen, stofnesten en kattenharen van de trap halen, gang stofzuigen, bovenverdieping stofzuigen, badkamer opruimen (niet te geloven hoeveel flesjes en potjes je kunt hebben als vrouw), wc schoonmaken, was opruimen, strijken…. Pfffff…. Gelukkig ben ik gisteravond begonnen. Als ik vanochtend de deur achter me dicht trek, had ik eigenlijk al op mijn werk moeten zijn. Toch nog laat. En ik wil ook nog langs het stembureau….
Omdat ik toch al laat ben (drogreden, ik weet het), rijd ik ook nog maar langs het stembureau. Ze verwachten een lage opkomst, dus het is er vast niet druk. Ik parkeer mijn auto bij het adres dat op het oproepingskaartje staat. Ik ben er nog nooit eerder geweest; het lijkt een soort gezondheidscentrum. Althans, zoiets staat op de gevel. Als ik binnen loop, zie ik dat het gezondheidscentrum vast zit aan een bejaardenhuis en in het stemlokaal zakt de moed me in de schoenen. Er staan een stuk of vijf oudjes gemoedelijk te praten met de (eveneens) oudjes achter de tafels. Ze hebben alle tijd. De gesprekken gaan over het weer, over ziek zijn, over vroeger en over dat de potloden niet goed geslepen zijn. Na ruim vijf minuten (en het leek nog langer) wordt mijn kaartje gevraagd en worden mijn gegevens gecontroleerd. Ik krijg een groot opgevouwen stuk glad papier in mijn handen geduwd. Geen idee wat ik er mee moet. Pas op het moment dat ik het in mijn tas zal stoppen, realiseer ik me dat dat het stembiljet is. POTLODEN…. Er wordt op de ouderwetse manier gestemd. Ik mompel wat en de grijze meneer achter de tafel knikt me bemoedigend toe. Ja mevrouw, we doen het op de ouderwetse manier! Terug naar de préhistorie, zegt hij met een zelfvoldane glimlach. Vertwijfeld vouw ik het biljet open. Ehh…. Ik heb dit nog maar één keer zo gedaan, beken ik. En dat was zo’n tien jaar geleden…. Ik kleur dus gewoon één rondje rood? Is het echt zo simpel? Die stemcomputers leken me een stuk eenvoudiger. Terwijl ik met een veel te hard potloot driftig probeer een rondje in te kleuren op het veel te gladde papier, voel ik me opeens heel jong. Ik vouw het biljet op en stop het in een grote op een melkbus lijkende ton en glimlach naar de grijze mensen achter de tafel. Zo, alweer klaar? Ja, alweer klaar. En zoals het hoort klaag ik ook even over de potloden. Bij het verlaten van de zaal word ik tevreden glimlachend nagekeken.
Als ik op mijn werk kom, ben ik 20 minuten te laat. Het lijkt niemand op te vallen. Op mijn bureau ligt een enorme stapel papier op me te wachten. It’s gonna be a lovely day.
“Heb je vanavond misschien tijd?” In mijn mailbox verschijnt een berichtje van ex R. Er is bijna een jaar verstreken sinds we elkaar voor het laatst zagen. Samen hadden we huizen bezichtigd, huis gekocht, laten verbouwen… En toen elkaar bijna afgemaakt. De verbouwing was niet naar mijn zin, hij vond alles prachtig en toen ik hem niet kon bereiken zat ‘ie volgens degene die wel de telefoon op nam bij zijn vriendin aan de andere kant van het land. Na nog een maand doormodderen namen we afscheid. Mijn laatste woorden in zijn richting waren ‘Als je voor mijn auto langs loopt, rijd ik door.’ Althans, zoiets….
Een tijdje geleden had ik hem een e-mail gestuurd. Er lagen nog spullen van hem bij mij thuis en ik vond het niet netjes die zomaar weg te gooien. Natuurlijk heb ik getwijfeld, maar mijn fatsoen won het van mijn woede. Er werd wat heen en weer gemaild en zelfs een keer gebeld. Hij stelde voor ‘een vorkje te gaan prikken.’ Dan konden we bijpraten en dan zou ik hem zijn spullen terug kunnen geven. Aarzelend stemde ik toe; misschien was het wel goed om alles ‘normaal’ af te sluiten. We spraken niks concreets af. ‘Ergens volgende week’ werd nog een week later en nog een week… en nog een week… Tot vandaag.
Om 17.45 uur spraken we af. Ik zag hem vlakbij mijn werk staan, stopte mijn auto en liet hem instappen. Het was een merkwaardige ervaring, om na bijna een jaar opeens weer samen in een auto te zitten. Ik zocht een parkeerplaats, we stapten uit en ik gaf hem zijn spullen terug. Daarna liepen we een restaurantje binnen.
Vanaf de overzijde van het tafeltje observeerde ik hem. Hij was nog altijd erg vol van zichzelf. Sprak over allerlei mooie vrouwen en mensen die vrouwen voor hem wisten. (Want met die vriendin aan de andere kant van het land was het inmiddels ook voorbij). Toen ik hem vroeg of het leven dan voor hem echt niet meer was dan een grote huwelijksmarkt, gooide hij het over een andere boeg. Hij uitte zijn onvrede. Over de politiek en het niet-gastvrij zijn van Nederlanders. (Hij brengt veel tijd door in het buitenland). Hij stoorde zich ook aan mensen die altijd riepen dat vroeger alles beter was, vergetend hij zelf heel hard aan het roepen was dat in dat buitenland alles beter was….
Of ik inmiddels een vriend heb, vraagt hij. Nee, maar ik vertel hem over F. Niet wie het is, maar wel dat hij er is en hoe dat loopt (of eigenlijk juist niet loopt). F is helemaal niets voor mij, weet ex R mij te vertellen. Met moeite komt hij met een paar rationele bezwaren, waarop ik sneer dat er ook mensen zijn met gevoel. De toon is gezet (voor zover dat nog niet het geval was), maar hij lijkt het niet te merken. Wat volgt is een nieuwe monoloog waarin hij vertelt over hoe goed hij alles voor elkaar heeft en hoe geliefd hij is. En natuurlijk heeft hij ook het beste met mij voor. Hij weet me haarfijn uit te leggen hoe ik mijn leven zou moeten leiden, wat ik wel en niet met mijn huis moet doen, waar ik moet gaan werken…. Om vervolgens af te sluiten met: “Als jij je nou gewoon je handjes had dichtgeknepen en blij was geweest met wat je had, dan had je nu in het buitenland gezeten in een groot landhuis met een zwembad. Had je de hele dag boeken kunnen lezen in de zon en lekker intellectueel kunnen doen.” Verbijsterd kijk ik hem aan en ik zeg dat ik mijn leven dat ik nu heb voor geen goud zou willen ruilen voor het scenario dat hij schetst. Hij lijkt het niet te begrijpen.
Aan het eind van de avond wil R betalen. Hij zegt: “Dan kook jij de volgende keer maar eens lekker voor mij.” Verbaasd kijk ik hem aan. De volgende keer? Hij heeft zijn spullen terug en we zouden dus ook kunnen zeggen dat alles hiermee klaar is. Hij mompelt wat en kijkt de andere kant op. Als ik hem vraag voor één keer eerlijk te zijn, zegt hij: “We hebben zoveel samen meegemaakt en we kennen elkaar zo goed. Het is zonde om alles weg te gooien door één stom misverstand.”
For old time’s sake….
Ik kan vandaag mijn draai niet vinden. Ik voel me onrustig en alles lijkt mis te gaan. Het begint al ’s ochtends vroeg. Ik ben net opgestaan en wil een kop koffie zetten. Koffiepad in houder, houder in apparaat, schuifje goed zetten… Schuifje wil niet goed. Ik doe het drie keer opnieuw en besluit het uiteindelijk maar zo te laten. Dat dat niet zo slim was, blijkt al snel als ik het apparaat aanzet. De koffie stroomt uit zo ongeveer alle kieren. Alles zit er onder. Mokkend dweil ik de boel op en maak ik het apparaat schoon. De koffie is gelukkig wel te drinken.
Ik bedenk dat het slim is de wasmachine vast aan te zetten, dan kan ik een aantal wassen draaien en dan kan alles lekker buiten drogen. Nog enigszins geïrriteerd door mijn koffie-fiasco stamp ik de wasmachine vol en zet ik ‘m aan. (Wasbol nog in m’n handen, deurtje al vergrendeld, wasmachine weer uit, wachten tot deurtje open kan, bol erin… zucht…). Vervolgens maak ik in de keuken mijn ontbijt klaar; eitjes koken enzo…. Natuurlijk gaan de eieren ondanks het geprikte gaatje stuk. Ik hoor een doffe knal en zie de witte vlokken eiwit in het water verschijnen. Ik besluit me niet te storen aan deze tegenslag en zet een tweede kop koffie. Deze keer gaat het wel goed. Mijn humeur klaart zienderogen op. Ik begin aan mijn tweede kop koffie en geniet van de frisse geur van de was, om me vervolgens te realiseren dat het wel gek is dat ik wasmiddel ruik terwijl de was nog in de machine zit. Als ik naar de bijkeuken loop, zie ik een enorme plas zeepsop liggen. De afvoerslag van de wasmachine is los geschoten en alles is nat. Chagrijnig gooi ik de natte kussens van de tuinstoelen in de tuin en gooi ik handdoeken over de plassen water. Ondanks het mooie weer plof ik zwaar balend op de bank, met anderhalf ei en inmiddels koude koffie. Geen goed begin van de dag!
Ook mijn gevoel is onrustig. Sinds donderdag niks van F gehoord. Nu hoor ik in het weekend wel vaker niks van hem; sterker nog: meestal hoor ik in het weekend niks van hem, maar toch. We hebben afgesproken woensdag of donderdag wat te gaan drinken na werktijd en het irriteert me dat ik nog steeds geen duidelijkheid heb over de datum. Het irriteert me ook dat me dat irriteert. Onrust. Waarom weet ik niet. Of eigenlijk weet ik het ook wel. F is leuk, maar hij en ik kunnen niet bij elkaar zijn. Na drie dagen stilte begint mijn verstand langzaam mijn gevoel te verdringen, maar op dag vier komt mijn gevoel hevig in opstand. Zou hij dat ook hebben? Ik besluit mijn onrust weg te zingen met “Unplugged” van Alicia Keys. IIIIIIIIIIIIIIII keep on fallin’ iiiiiin….. fallin’….. in and out of love with you… Sometimes I love you… Sometimes you make me blue…